Inlogformulier

Kalender

drapenierweiIn de wijk Schepelweien zijn alle straten vernoemd naar oude ambachten en beroepen. Waarschijnlijk zal menigeen zich wel eens hebben afgevraagd wat voor iets of iemand een 'drapenier' dan wel mag zijn geweest.
Volgens ons aller van Dale woordenboek is een drapenier een 'lakenbereider' en is de benaming afgeleid van het Franse woord  'draperie' dat lakenhandel, of 'drapier' dat lakenwever of lakenkoopman betekent. En laken is hier dus niet de fris gewassen witte katoenen of linnen lap stof die op onze tafels en bedden ligt.

Het laken dat hier wordt bedoeld is een effen geweven  wollen stof, die door volling zo dicht is geworden  dat men de afzonderlijke draden niet meer kan zien waardoor het een viltachtig uiterlijk krijgt. Een fraai voorbeeld van een laken dat ook in onze tijd nog regelmatig wordt gebruikt is het groene biljartlaken.

Laken was, vanwege het nogal gecompliceerde productieproces, min of meer een luxeproduct. Dit had tot gevolg dat de lakennijverheid al vrij spoedig een zaak van gespecialiseerde ambachtslieden werd, gericht op de rijkere bevolking van de steden, terwijl een groot deel van de plattelandsbevolking zich nog kleedde in huisgesponnen en huisgeweven stoffen.

drapenier-kammen- wolDe drapenier, de lakenwever, spande zijn draden op het weefgetouw en weefde het laken tot een voorgeschreven afmeting. De volder of voller bewerkte het weefsel om de vezels dichter ineen te werken, te vervilten. Na het vollen dat door voetvolders of  in een volmolen werd gedaan, werd het laken op speciale ‘ramen’ gespannen om weer opgerekt te worden. Deze ramen waren rechtop in de grond staande palen met dwarslatten daarop. Aan deze latten en palen zaten haken zodat het laken tot de juiste lengte en breedte kon worden opgerekt en gedroogd. Vervolgens werd het laken geschoren. Met grote scharen werden uitstekende pluisjes verwijderd, zodat het vervilte weefsel een effen oppervlak kreeg waarna door appreteren  het laken op glans werd gebracht. Tussen al deze stappen werden keuringen uitgevoerd die met loodzegels werden gemerkt.

De lakennijverheid had zich vooral geconcentreerd in Noordfrankrijk, Vlaanderen en Holland. Omdat de beste wol uit Engeland kwam ontstond er al snel een intensieve  handel over het Kanaal. Die afhankelijkheid van de Engelse wol leverde de Vlamingen vaak problemen op met hun leenheer, de Franse koning, die het regelmatig aan de stok had met de Engelsen. Bij het uitbreken van de Honderdjarige oorlog kozen zij dan ook partij voor de Engelsen want de  Engelse koningen aarzelden niet om de uitvoer tijdelijk stil te leggen om zo hun zin te krijgen. In veel Vlaamse steden zoals Brugge en Gent maar vooral Ieper, getuigen de schitterende lakenhallen nog van de welvaart die de lakenindustrie bracht. Ook Gouda en Leiden bezaten een belangrijke lakenindustrie al was die van Gouda, ook in haar grootste bloeiperiode nooit zo belangrijk als die van Leiden.

In de 16de eeuw brak er een moeilijke periode aan. Door oorlogen was de aanvoer van wol en de handel in laken moeilijk geworden. Na de val van Antwerpen in 1585 namen veel Vlaamse arbeiders in Holland hun intrek. De Vlamingen mochten in Gouda  hun werk volgens de keur van Brugge verrichten, in Leiden was hen dat verboden. Ook in Gouda is een straat vernoemd naar dit oude ambacht maar daar heet de straat niet Drapenierwei maar Drapiersteeg. Deze ligt evenals de Vlamingstraat en de grotere straat 'de Raam', in de wijk die vroeger het centrum van de lakenindustrie is geweest.

Uit Tilburg afkomstige drapeniers begonnen op het eind van de 16de eeuw met het bouwen van volmolens in 'de Randstad'. Later,  waarschijnlijk omdat het in Brabant goedkoper kon geschieden, werd het vollen meer en meer uitgevoerd in Tilburg en omgeving. Mede daardoor werd in de 18de eeuw de Leidse wolindustrie door die van Tilburg geheel overvleugeld. De watermolens in de streek rond Eindhoven  werden vooral voor de vervaardiging van linnen- en katoenstoffen gebruikt. Geldrop echter was meer een centrum van wolnijverheid en de molen aan de Kleine  Dommel was dan ook een volmolen.

In Waalre, aan de Dommel, bevonden zich twee watermolens.  De Loondermolen bij de  kasteelachtige boerderij van Waalre, was een graanmolen met één onderslagrad en heeft waarschijnlijk nooit als volmolen dienst gedaan. Ten noorden van de Loondermolen, dus stroomafwaarts, bevindt zich de 'Volmolen' een dubbele watermolen, oorspronkelijk een graan- en oliemolen, reeds in 1350 genoemd. Later werd hij, zoals de huidige benaming al aangeeft, vooral ook gebruikt als volmolen. Op de Dommelse en de Keersopper watermolens tenslotte werd koren en eikenschors gemalen en olie geperst maar deze zijn, voor zover bekend, nooit als volmolen in bedrijf geweest.

Tenslotte mag nog in dit verhaal over de Drapenierwei de fraaie Franse uitdrukking 'draperie d’amour' worden genoemd. In goed Nederlands zijn dit ‘wallen onder de ogen’, hetgeen dan weliswaar precies hetzelfde betekent  maar toch veel minder leuk klinkt……

terug-knop