Inlogformulier

Kalender

ma di wo do vr za zo
1
2
3
4
5
6
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31

Onze watermolen
De watermolen is van ons allemaal! Hij is het visitekaartje van ons dorp, zo voelt het tenminste aan. Als je via de Dommelse weg binnenkomt kun je er, figuurlijk dan, niet omheen. En als je van de andere kant komt denk je: 'zo dat was dus Dommelen'. Het ligt daarom erg voor de hand dat we ons eens afvragen: 'Hoe kan het dat zo'n monument de tand des tijds heeft doorstaan?'
Over de geschiedenis tot en met 1976 behoeven we geen uitgebreid onderzoek meer in te stellen, het staat namelijk allemaal beschreven in het boek: 'Dommelen, 't is mer dè ge't weet' en wel in een verhaal dat Leo Thonon in 1980 schreef. Laten we eens kijken hoe hij begint:

'Iedereen die vanuit Valkenswaard Dommelen binnenkomt, ziet aan de linkerkant van de weg, net over de brug aan de oever van de Dommel, de trots van het dorp: de Dommelsche Watermolen.

De watermolen, die op de monumentenlijst staat aangegeven als onderslagmolen (d.w.z. het water stroomt aan de onderzijde van het rad aan) met houten schoepen aan een ijzeren rad, en in 1976 grondig is gerestaureerd, wordt nog steeds gebruikt voor het malen van granen tot meel. En dit is wel het meest waardevolle aan deze molen. Hij wordt nog echt voor het malen van graan tot meel gebruikt, het doel waarvoor hij eeuwen geleden gebouwd is. Dit als een van de helaas zo weinig overgebleven watermolens waar Brabant in vroegere jaren zo rijk aan was'.

 

De molen en zijn molenaars
'Hoelang de Dommelsche watermolen zijn werk nu al doet is niet met zekerheid vast te stellen, aangezien vele belangrijke gegevens omtrent herkomst en bouwjaar verdwenen of onvindbaar zijn. Aan de hand van delen van oude paalfunderingen die men tijdens de restauratie in 1976 heeft opgegraven schat men de ouderdom op 700 à 800 jaar, maar een precieze datum is niet te bepalen. De molen wordt wel met name genoemd in het Boek der Leenmannen van Hertog Jan III van Brabant die van 1300-1355 heeft geleefd. Dit boek geeft ons een inzicht in de molens die hij in leen gaf. In dit boek staat beschreven dat de Dommelsche watermolen in leen werd gehouden door Arnold van Dommelen, door zijn zoon en later door zijn echtgenote. In 1545 wordt de watermolen genoemd in een ordonnantie van Keizer Karel V (1515-1555). Hij is dan in het bezit van Jan van Cortenbach, Titulair Heer van Helmond, Aalst, Waalre, en Valkenswaard. Deze ordonnantie had tot doel voorschriften te geven met betrekking tot de waterstand bij de verschillende watermolens in het gewest Brabant.' Vervolgens schrijft Leo een boeiend overzicht van de molenaars door de jaren heen.

Ik geef hiervan een samenvatting.


watermolen1 150Na de bovengenoemde familie van Dommelen werd de molen tot 1658 beheerd door de familie van der Clusen, die het pand tot 1658 beheerde en de opvolger van deze familie is niet bekend. Wel is bekend dat de molen in 1747 in het bezit was van het zusterklooster van Arendonk. Rond 1780 was de molen eigendom van de Dommelse familie Keunen die bij hun overlijden de molen vererfde aan de oudste zoon Hannes. Op zijn beurt liet hij de molen na aan zijn oudste zoon Jan, die echter naar Eindhoven verhuisde en de molen verhuurde aan zijn jongere broer Everard, de toenmalige burgemeester van Dommelen.

Een dochter van de jongste broer van Jan, Elisabeth, trouwde met ene Lambert Willems uit Hooge-loon. De door Lambert betrokken boerderij in Hoog Gasteren floreerde niet, en hij kocht in 1860 de Dommelsche watermolen van Jan Keunen, met als gevolg dat Everard (de burgemeester) kon "opstappen" uit de molenaarswoning. Dit zette natuurlijk kwaad bloed en Leo vertelt daarover:


'Everard, die nog altijd burgemeester was van Dommelen, ging in Valkenswaard wonen. Hij was echter zó kwaad over het feit dat zijn broer het trotse bezit van de Keunens had verkocht, dat hij de molen en het molenhuis nooit meer wilde zien. Maar aangezien hij iedere dag in Dommelen in het raadhuis moest zijn en de weg van Valkenswaard naar het raadhuis over de molenbrug tussen molen en molenhuis liep, was dit moeilijk te vermijden. Om de molen niet meer te behoeven zien, nam hij een andere weg en liet daartoe een apart bruggetje over de Dommel bouwen, vanaf de molen ongeveer 500 meter stroomopwaarts, zodat hij altijd in een grote boog om de molen heenliep. Dit bruggetje heette vroeger dan ook het 'burgemeestersbruggetje'.'
In 1894 trouwde Alda Willems, de jongste dochter van de hierboven al genoemde Lambert Willems, met de brouwerszoon W. Snieders en zo kwam de molen uiteindelijk in het bezit van de Dommelsche Bierbrouwerij. (maar daarover later)


Overigens was er omstreeks die tijd nogal wat bedrijvigheid in de molen, lees maar wat het boek daarover zegt:


'In die tijd was er veel te doen op de molen. Er was toen niet alleen de graanmolen waar vader Lambert en zijn oudste zoon Janus het graan maalden, maar daarnaast, aan de overkant van de Dommel stond ook nog een olieslagmolen, die door Fons, de op één na oudste zoon, werd beheerd. In deze molen werd zaad (koolzaad, lijnzaad, raapzaad) verwerkt tot olie en veekoeken.Tegenwoordig (in 1980, red.) zijn alleen nog de fundamenten en de molenstenen van de olieslagmolen over, want in 1938 werd deze, omdat hij te bouwvallig was, afgebroken.
Tenslotte werd er op de molen ook nog eikenschors tot run vermalen voor de leerlooiers in Valkenswaard. Deze run werd gebruikt om de huiden, die eerst ongeveer drie weken in de Dommel moesten spoelen, in houten kuipen in te zouten, waardoor de huiden hun soepelheid kregen. Door de komst van goedkopere en betere technische middelen is het schorsmalen na de eerste wereldoorlog in onbruik geraakt.'
Familie van den Eijnden verschijnt op het toneel

'In 1900 werd de molen aan Ceel van den Eijnden verpacht. Voor 1900 had Ceel al enige tijd als molenaarsknecht op de molen gewerkt en Fons op de olieslagmolen vervangen, toen deze op zekere dag besloot om bij de Trappisten in Echt in te treden. Verder had Ceel nog in Roermond en in Mierlo het molenaarsvak geleerd voor hij in 1900 de molen pachtte.
Op 11 mei 1940 raakte de molen bij het opblazen van de oude brug door de Nederlandse genie, ernstig beschadigd. Er ontstonden scheuren in de molen en alle ruiten werden vernield. De schade werd echter spoedig hersteld.
Terzijde zij opgemerkt dat men alleen de oude brug, die toen tussen de molen en het molenaarshuis lag, opblies en niet de nieuwe, (huidige) brug, die in 1937 is gebouwd.
Tijdens de oorlogsjaren heeft Ceel samen met zijn zoon Pau graan gemalen voor burgers en boeren uit de omliggende plaatsen. Ook mensen die moesten onderduiken, vonden op de molen een goed onderduikadres in de royale ruimte onder het pakhuis. Hierdoor riskeerden Ceel en Pau zware bestraffingen van de bezetter, maar het geluk is steeds aan hun zijde geweest. In 1965 overleed Ceel van den Eijnden, en Pau, die het molenaarsvak van kinds af aan van zijn vader had geleerd, volgde hem op als pachter en vakbekwame molenaar.'

De familie van den Eijnden maalt tot op de dag van vandaag het meel in de Dommelse Watermolen. Dit was in het nabije verleden geen vanzelfsprekende zaak en molenaar Pau heeft hard moeten werken om de zaak uiteindelijk in goede banen te leiden.


Stella Artois
Ergens in voorgaand gedeelte stuitten we op een gebeurtenis die de toekomst van dit monument voor jaren onzeker zou maken. De zin luidde als volgt: 'In 1894 trouwde Alda Willems, de jongste dochter van de hierboven al genoemde Lambert Willems, met de brouwerszoon W. Snieders en zo kwam de molen uiteindelijk in het bezit van de Dommelsche Bierbrouwerij.' Nu zal blijken dat een lokale onderneming als de Dommelsche Bierbrouwerij onderhevig is aan de internationale wedijver van bedrijven en zo werd na een overname in 1973 de molen het bezit van de grote Belgische brouwerij Stella Artois.


Het boek 'Dommelen 't is mer dè ge't weet', waaruit wij regelmatig citeren, beschrijft dit als volgt:


'Deze overname door Stella Artois had in maart 1973 zijn gevolgen. In die maand kreeg Pau van den Eynden een schrijven van de Nederlandsche Brouwerijen Artois N.V., waarin hem meegedeeld werd dat hem per 1 mei 1974 de huur van de molen annex pakhuis en bijbehorende grond werd opgezegd. Stella Artois gaf als reden voor dit besluit op, dat de molen zó erg vervallen was, dat een noodzakelijk en kostbare restauratie alleen financieel verantwoord was, indien er na de restauratie een horecabedrijf in gevestigd kon worden. Als vervangende werkgelegenheid werd hem het café Staals (thans Ri Jo Bar) aangeboden, waar de mogelijkheid werd geboden om door middel van een elektrische hamerslagmolen de graan- en meelhandel voort te zetten. Pau van den Eijnden ging hier echter niet mee akkoord en hij spande een civiele procedure aan tegen de beslissing van Stella Artois met de bedoeling de molen als mólen te behouden. Bij de eerste behandeling van dit geding, op 7 juni 1973, kon de Eindhovense kantonrechter niet tot een beslissing komen. Op 16 augustus 1973 vond de tweede behandeling plaats. Ongeveer een maand voordat deze tweede behandeling zou plaatsvinden deelde het ministerie van CRM mee, dat de Dommelse watermolen gehandhaafd zou blijven op de lijst van beschermde monumenten van de Rijksdienst voor Monumentenzorg.'


Monument
Stella Artois had namelijk een verzoek ingediend bij het CRM om molen van de hierboven genoemde lijst af te voeren, en via deze weg vat te krijgen op toekomst van de molen. Toen dat mislukte begon de belangstelling van de grote bierbrouwer voor de molen te tanen. Bovendien was de uitslag van een tweede geding, dat Pau van den Eijnden nog vijf jaar huurder van de molen kon blijven. In 1974 werd ook nog een bestemmingsplan 'watermolen' aangenomen, wat inhield dat er in de molen en de molenaarswoning geen horeca bedrijf mocht komen. Stella Artois besloot dan ook de molen van de hand te doen aan de gemeente Valkenswaard, voor het luttele bedrag van één Nederlandse gulden (krapaan 50 Eurocent). Een voorwaarde was wel dat de molen gerestaureerd moest worden ten behoeve van de bevolking. We kijken nu even hoe het verhaal van Leo Thonon verder verloopt.


Restauratie
'In zijn vergadering van 27 november 1975 keurde de gemeenteraad de aankoop van de molen goed. Tevens werd in dezelfde vergadering een bedrag van f 12.500,- beschikbaar gesteld, om in afwachting van de aangevraagde subsidie van Monumentenzorg ten behoeve van de totale restauratie, de allernoodzakelijkste herstelwerkzaamheden aan de molen te verrichten. Begin 1976 kwam de langverwachte subsidietoekenning door Monumentenzorg, begroot op f 156.329,- voor de eerste fase, met een eigen bijdrage van de gemeente van f 43.840,-.

Hieraan was echter de voorwaarde verbonden, dat voor 16 april 1976 met de restauratie moest zijn begonnen, en dat de kosten, die na 1 oktober 1976 nog aan de molen ten behoeve van de restauratie gemaakt zouden worden, voor rekening van de gemeente zouden komen. Op 15 april begon men dan eindelijk met de restauratie en ging tevens de wens van Pau van den Eijnden en vele anderen, die zich ingezet hadden voor het behoud van de molen, in vervulling.'

 

* Eerste fase
De restauratie bestond uit twee fasen, namelijk het opnieuw opbouwen van het molengebouw en het aanbrengen van het gangwerk en een tweede koppel maalstenen. Het eerste deel werd voorafgegaan door het heien van een nieuwe paalfundering. Dit was nog niet zo gemakkelijk omdat de grond vol zat met oude deels verrotte palen en die moesten eerst verwijderd worden. Toen kon het restaureren van het gebouw beginnen. Alle wanden werden weer van hout opgetrokken, ook de stenen muur die de molenas ondersteunt, werd aan de buitenzijde met een laag hout bekleed. Deze werkzaamheden verliepen zeer voorspoedig, lees maar hoe Leo Thonon zijn verhaal vervolgd:

 

* Tweede fase
'Op vrijdag 10 september 1976 werd het hoogste punt bereikt en in tegenwoordigheid van het College van Burgemeester en Wethouders van Valkenswaard kon de mei gevierd worden. Na het aanbrengen van de dakpannen kon met de tweede fase begonnen worden: het restaureren van het gangwerk en het aanbrengen van een tweede koppel maalstenen.
Bij deze restauratie werden het spoorwiel en het kamwiel van nieuwe kammen voorzien en het koningsrondsel van nieuwe staven. Verder werd een nieuwe koningsspil aangebracht benevens een nieuw rondsel met staakijzer voor het tweede koppel maalstenen. Tijdens het restaureren van de diverse onderdelen en het samenstellen van deze onderdelen tot het complete gangwerk, was de vakkennis van de molenaar Pau van den Eijnden een grote steun voor de restaurateurs. Het monteren en het afstellen van de verschillende onderdelen is een uiterst nauwkeurig werk omdat de kammen en staven van de wielen en rondsels precies op tijd in elkaar moeten ingrijpen, net zoals bij het fietsen een ketting en een kamwiel dat doen. Toen de tweede fase ten einde was, konden Pau en de restaurateurs dan ook met een tevreden gevoel naar het zachte zoemen van het soepel lopend gangwerk luisteren, en wisten ze dat al de moeite niet voor niets was geweest.


Op 13 augustus 1977 werd tijdens een groot Dommels volksfeest, waarbij bijna iedereen gekleed was in ouderwetse klederdracht, de watermolen officieel heropend en er waren op die dag geen gelukkigere mensen dan Pau van den Eijnden, zijn vrouw Ria, ook komend uit een molenaarsgezin, en hun kinderen. De grootvader van Ria was afkomstig van de Venbergse watermolen.
Als men de foto nog eens goed bekijkt zal het opvallen dat er op dat moment slechts sprake was van één molen, namelijk de korenmolen. Dit is geen foutje van de fotograaf maar de oude olieslagmolen was op dat moment nog niet in ere hersteld. De 'Geschiedenis van de Dommelse watermolen' is nog niet af.

 

Vervolg
Er ontbrak nog iets. Ten tijde van de foto was het 13 augustus 1977. Op oude foto's is te zien dat er naast de korenmolen nog een olieslagmolen heeft gestaan. Tijdens de plechtige opening van de gerestaureerde graanmolen kon men molenaar Pau van den Eijnden dan ook horen verzuchten: 'Wat zou het mooi zijn als we ook de olieslagmolen nog konden zien herrijzen'.


Olieslagmolen

Er vormde zich ter plaatse een klein comité, maar het was wel duidelijk dat de vele duizenden guldens, die nodig zouden zijn, niet zomaar uit de lucht zouden komen vallen. Het enige wat namelijk over was van de oude molen waren twee stenen en een paar foto's. Daar kwam nog bij dat het in deze tijd niet mogelijk is om een olieslagmolen op één of andere manier rendabel te maken. Het noodlot zal op een wonderlijke manier de zaken ten goede keren. Daarbij was echter wel de doortastendheid van Pau meer dan nodig. Maar eerst wat achtergrondinformatie. Ten tijde van de oplevering van de korenmolen woonde het gezin van den Eijnden in het molenhuis achter de molen. Daar woonde ook de moeder van Pau, Hendrina van den Eijnden. Bij de verkoop van de molen aan de gemeente Valkenswaard was het molenhuis in het bezit gebleven van de bierbrouwerij, dus van de familie Snieders. Hendrina had het huis voor haar leven gehuurd van deze familie. Toen echter de moeder in 1979 kwam te overlijden werd aan het molenaarsgezin de huur opgezegd ten behoeve van een dochter van de Sniedersen. 'U kunt zich voorstellen welke emoties dit losmaakte, maar vooral welk ongemak dit veroorzaakte.'


Verhuizing
Het gezin nam zijn intrek in een leegstaande woning van de heer Daems aan de Dommelseweg nummer 198, nabij de toenmalige wasserij. In de drie jaar dat ze daar woonden heeft Pau alle mogelijke wegen bewandeld en contacten gelegd, zoals de gemeente Valkenswaard en Monumentenzorg, om een oplossing te vinden voor deze onacceptabele situatie. Immers, een molenaar hoort bij zijn molen te wonen! Inmiddels gaan we eens een kijkje nemen bij de 'politiek'. We lezen in een agendapunt van de Raadsvergadering van 27 augustus 1981 het volgende: 'Voor het optimaal waarborgen van een goed beheer van de molen en de regeling van de waterhuishouding is het nodig dat de molenaar zich permanent nabij de molen bevindt. De bouw van een molenhuis achten wij daarom nodig nu het bestaande molenhuis niet meer beschikbaar is. Daarbij is de gedachte ontstaan om het molenhuis in stijl aan te passen bij de bestaande watermolen, door opnieuw gestalte te geven aan de olieslagmolen, die zich vroeger op de andere oever bevond, teneinde daarin een woning te formeren.' Komt dan toch het geld uit de lucht vallen?

Uiteraard is aan dit voorstel een prijskaartje bevestigd. Het gaat om een bedrag van een kleine 250 duizend gulden waaraan de gemeenteraad zijn goedkeuring moet verlenen. Nu dan, deze goedkeuring komt er en de zon gaat weer schijnen boven de Dommelsche Watermolen. Er moet natuurlijk wel het één en ander geregeld worden. Welke zekerheden krijgt bijvoorbeeld het molenaarsgezin. Nu dan, we lezen in hetzelfde raadsvoorstel het volgende. 'Wij stellen uw raad voor: De heer P. v.d. Eijnden een recht van erfpacht te verlenen, zoals aangegeven in de bij dit voorstel behorende ontwerpakte en met ingang van de datum waarop dit recht wordt verleend, uw besluit d.d. 30 juni 1977 inzake de verhuur van de molen en het pakhuis, in te trekken.' In eerste instantie zou je een beetje kunnen schrikken van zo'n zin, maar deskundigen weten dat dit positief is. Laten we het daar maar op houden!


Bouw olieslagmolen
De bouw van de olieslagmolen werd gegund aan het Dommelse bouwbedrijf Baken. In 1982 was de bouw gereed en kon de familie Van den Eijnden hun nieuwe woning betrekken. Dit ging gepaard met een sobere plechtigheid waarbij diverse verenigingen waren uitgenodigd. Het molenaarsgezin werd ingehaald met paard en wagen en er was natuurlijk een besloten viering van de familieleden. Pastoor van Gastel introniseerde het Heilighartbeeld en sprak de zegen uit over de molen, het molenhuis en de familie. Vanaf dat moment had de molen zijn huidige uiterlijk gekregen. Er ontbrak niet veel meer aan het geluk van de familie Van den Eijnden. Dit geluk zou echter niet van lange duur zijn want op 20 november 1983 overleed Pau van den Eijden op 60 jarige leeftijd aan de gevolgen van een hersenbloeding. Zijn vrouw bleef achter met de twee kinderen, Annegert van 15 jaar en Maurice die 19 jaar was. 'U kunt zich indenken dat de verslagenheid groot was, niet alleen bij de familie maar in heel Dommelen.


Moeder en zoon
Ria ging echter niet bij de pakken neerzitten en besloot het bedrijf voort te zetten, samen met Maurice, voorwaar een moedige beslissing, temeer nog omdat dit wettelijk niet vanzelfsprekend was.' Wat zegt de gemeente er eigenlijk van, nu hun huurder er niet meer is? Laat ons eens naar het betreffende stuk kijken. 'Aangezien mevrouw Van den Eijnden bereid en in staat moet worden geacht om met haar zoon Maurice [.....] het molenaarsbedrijf van haar man op de Dommelsche watermolen voort te zetten en de wens te kennen heeft gegeven zulks met haar zoon Maurice mettertijd te doen en deze laatste verlangt in het voetspoor van zijn vader te treden, [....] Wij stellen Uw raad voor daartoe te besluiten [....].' Het voorstel werd zonder hoofdelijke stemming aangenomen. Het was toen 29 maart 1984.' We maken nu een sprong naar het jaar 1992. Omstreek dat jaar nam Maurice van den Eijnden, nadat hij zich in het molenaarsvak bekwaamd had, het bedrijf van zijn moeder over. In de tijdsspanne tot 2005 is het bedrijf onder zijn bezielende leiding uitgegroeid tot wat het nu is.


Onze watermolen nu
Het is begrijpelijk dat een korenmolen in zijn eentje niet rendabel te maken is en dat er meerdere 'poten' nodig zijn om te floreren, zoals een winkelbedrijf waar zo'n beetje alles te koop is op het gebied van dierenvoeding en onderhoud. Ook kan een tuinliefhebber zijn hart ophalen aan alles wat nodig is voor de groentetuin, zoals zaaizaad, mest en planten. De topper is echter nog steeds een grote keuze aan bakmeel en andere bakbenodigdheden. 'Overtuig U zelf door eens een kijkje te nemen als U één van de weinigen bent die nog nooit binnen is geweest!' Omstreeks die tijd heeft Maurice pogingen in het werk gesteld om de molen in eigendom te krijgen, hetgeen hem uiteindelijk gelukt is. Dit is echter niet zonder slag of stoot tot stand gekomen. Niet iedereen in de gemeenteraad bleek opgetogen te zijn over deze ontwikkelingen rond de Dommelsche watermolen. De molenaar stelde namelijk voor om een perceel grond langs de Dommel, wat reeds zijn eigendom was, als betaling aan te bieden en te laten gebruiken voor natuurcompensatie. Er blijken ineens geruchten de ronde te doen over 'vervuilde grond'. Dit kan kennelijk ook in de gemeente Valkenswaard! Onze 'ambachtelijke korenmolenaar' is nu de trotse eigenaar van zijn molen en hij was ook nog in de gelegenheid om het molenaarshuis in het bezit van de familie Van den Eijnden te krijgen.

Rienk Weening