Inlogformulier

Kalender

Onlangs fietste ik door enkele Valkenswaardse dreven op weg naar een vage kennis die zich van een loftwoning had verzekerd aan de Diamanthof. In die openingszin alleen al zitten een paar woorden waar een eenvoudige mens gemakkelijk in verdwaalt: "Loft in de Diamanthof" Gelukkig zat ik op een electrische fiets, dus viel het trappen me niet zo zwaar en waren een paar straten om geen echt probleem. Op mijn zoek-fietstocht kwam ik door buurten waar ik vroeger een poosje had mogen wonen en die ik totaal niet meer herkende. Sommige waren gewoon verdwenen in een compleet herbouwde wijk waarin slechts de straatnaambordjes nog herinnerden aan hoe het daar ooit geweest was. wandelen1 2
Gelukkig was het stratenpatroon niet veranderd, anders had ik bijna niet geweten waar ik me bevond. Maar toen ik ineens Nieuwstraat zag staan en ons vroegere huis weer zag, welde een nostalgie-gevoel almachtig op en liep ik zomaar vol. De Nieuwstraat. Wat kon mij die loftbuurt en die Diamanthof nog schelen. Ik parkeerde mijn fiets tegen een kromme gevel en liep naar het grote huis waar wij enkele jaren van ons leven gesleten hebben.

Aan de voorkant was niet eens zoveel veranderd, viel me op. Nog steeds dat kleine voortuintje, waar je niks mee kon beginnen. En ook nog steeds dat smalle stukje steeg waardoor je achter het huis kon komen. Wat iedereen in die tijd trouwens ook deed. Regelmatig troffen wij vreemde kinderen in onze achtertuin, die als we ze zagen zeiden dat ze van onze kinderen mochten komen spelen. Maar buren deden dat ook. Waren ze zo gewend. Wij komen achterom. We hebben er wel eens aan gedacht om de poort naar onze achtertuin te vergrendelen, maar dat zou niet geaccepteerd worden daar. Er bestond klaarblijkelijk een soort recht van overpad, waar we later ook best profijt van hebben gehad, omdat als wij op vakantie gingen en het huis dus achterlieten, onze buren huis en haard bewaakten en regelmatig even achter gingen controleren of alles in orde was. Maar dat vernamen we later pas toen een zwager met zijn vrouw in ons huis kwamen logeren en zich rot schrokken als 's avonds een schim langs het raam schoof en de grote tuin in liep, helemaal naar achteren ( zo'n 95 meter!) en weer terug, even aanklopte, meldde dat alles in orde was en weer verdween door het zijpoortje.

Die schim bleek een oude buur te zijn, die met zijn vrouw in een klein huisje naast het grote huis woonde. Hij was in de vele jaren voor wij er kwamen zo'n beetje de manusje-van-alles van de oorspronkelijke familie geweest en die functie hadden wij geërfd bij de koop van het grote huis. Even uitleggen hoe de situatie die wij aantroffen ontstaan was. De bouwer van het grote huis was meesterknecht bij een welstandige sigarenfabrikant aan het begin van de vorige eeuw. Hij keek goed naar wat zijn baas ondernam en kopieerde dat op zijn niveau. Kocht de baas grond, dan deed de knecht dat ook. Minder natuurlijk en ook wat verder uit het duurdere centrum, maar toch. Hield de grote man dieren aan als hobby, de kleine man schafte zich dieren aan als kippen en konijnen (voor de sier en als voedsel). Tuinieren voor de sier, werden een lapje grond voor de bloemen en als moestuin om uit te eten en ga zo maar door. De kleine slimmerik bedacht ook dat het heel gunstig voor hem zou zijn als hij huisjes voor zijn kinderen bouwde op grond die hij al in zijn bezit had. Immers dat deed de grote man ook. Alleen op veel grotere schaal.

Het gevolg was wel dat wij toen wij naar het grote huis verhuisden, wij niet alleen de oude huisknecht, maar ook 3 nazaten met hun gezinnen er als buren bij kregen inclusief al hun verhalen over hoe het er vroeger in hun jeugd aan toe ging daar. En ook gevraagd en ongevraagd advies kregen over hoe je moest moezen, het gras dat welig tot over onze oren groeide moesten bedwingen (middels het gaan houden van schapen of geiten!), de wespennesten moest (laten) verwijderen, de berg fruit die we elk jaar oogsten moesten wecken en opslaan in een geweldige kelder (waar ik veel liever wijn bewaarde). Dat ik de achterbuurman gerust kon laten weten dat hij zijn kippen in zijn eigen achtertuin moest houden als hij ons geen pacht wilde betalen voor het stukje van onze tuin waar zijn kippen graasden en waar ik een tennisbaantje wilde maken en dat naast onze zijtuin een konijnenslachter actief was, wat niet zo'n prettig gezicht zou zijn voor de kinderen...als het slachten begon.

We hebben er gebeuld die jaren, in het huis zelf en in de grote tuin achter het huis. Ik heb er kleine bossages geplant, rondom hele hagen gezet, een grote zitkuil gegraven voor BBQ-avonden, het tennisbaantje aangelegd en tenslotte samen met een zwager een Tarzan-touwbaan door de fruitbomen aangelegd waar de kinderen in konden klimmen en dan omlaag springen op oude springveermatrassen die ik had ingegraven. Mijn vrouw had haar baan en daarnaast deed ze het huis, de bloementuin, de weck en samen met onze "butler" zoals we hem noemden de moestuin. Hij de aanplant en het schoffelwerk, zij de pluk. Waren we er gelukkig? Ik weet er een die dat alle dagen was, onze hond Moor.
Die groef overal kuilen en joeg op muizen en mollen die we ook zat hadden.
Soms gingen we op visite, niet te vaak, en dan genoten we vooral van de verhalen van de oude huisknecht die ooit voerman was geweest van Valkenswaard op Eindhoven,
lopend(!) naast het perdje, toen in het "glas" had gewerkt bij Philips en daar een chronische bloedvergiftiging had opgelopen en daarnaast de hulp en toeverlaat van de oude mevrouw uit het grote huis was geweest, net als zijn vrouw die ook altijd had gediend en hoorden we hoe de buurt al tijden in elkaar stak, met de voor werken afgekeurde koetsenman, de naar zijn beestjes geurende caviaman, de nazaten die horlogemakers waren geworden, de buurtklusjesman en zijn matrone, de penetrante geur van zweetvoeten bij de schoenmaker en nog duizend verhalen meer. Mens, waar kom je dat nog tegen?

Terwijl ik daar stond dacht ik: Wat zou ik er graag nog eens binnen willen kijken. Hoe zou het er nu uitzien? Zouden wij, net als de eerste bewoners, ook een stempel hebben achtergelaten? Iets dat niet net als de nieuwbouw in de straten er omheen al het eerdere heeft verwijderd? Iets van mij, van ons ruim 40 jaar geleden? Zouden mijn bosjes er nog zijn, mijn heggen? Mijn tennisbaantje ? Zou er nog iets van over zijn? Ik wandelde weg, de Nieuwstraat uit naar de Diamanthof waar ooit de diamantslijperij stond. Ook weg. Niets bekends. Zelfs geen oud straatnaambordje.

De lofts vond ik wel mooi daar op die plek. Zeker omdat de dakvorm van het vroegere bedrijf hergebruikt is bij de nieuwbouw. Juist dat stemde mij blij. Die oersterke oude vorm in een modern nieuw jasje. Terwijl ik terug liep naar mijn fiets, floot ik een liedje waarvan ik de titel niet meer weet. Wel dat onze kinderen dat vaak zongen als ze uit school kwamen. Een flard verleden, in een oude straat, bij een oud huis. De mensen van toen zijn er niet meer. In mijn hoofd heb ik ze weer ontmoet toen ik daar stond.

De .... Dorpswandelaar