Inlogformulier

Kalender

Je hebt dagen - en ik heb die zeker! - dat alles om je heen je toeroept: Kom, ga er op uit ... en 'du moment' dat dit bij mij gebeurt beginnen hoofd en lijf te tintelen dat pas stopt op het moment dat ik weet wanneer en waarheen. Kortgeleden overkwam het me weer en het zal u dan ook niet verbazen dat mijn meer gebruikelijke wandeling een zwerftocht is geworden die drie volle dagen heeft geduurd en die me Rijn-afwaarts voerde naar Keulen. Een kleine 160 km van ons huis vandaan.


Deze stad, die nog steeds een beetje riekt naar het naar haar genoemde reukwater, is er een van tegenstellingen die de stadswandelaar voortdurend uitdagen op zijn zwerftochten. Daar zijn uiteraard de bekende toeristenplekken bij zoals de Köln Triangle, een fraai uitzichtplatform, de kabelbaan over de Rijn, de Zoo en de stadsrondritten met dubbeldekker of Bimmelbahn. Maar voor wie wat dieper wil duiken zijn er maar liefst 33 musea en ruim 100 kunstgalerieën te bezoeken, en uiteraard de Dom, het symbool van de stad, waar 300 jaar aan is gebouwd. Maar er staat dan ook wat!. Twee torens, elk 157 meter hoog en een middenschip van liefst 144 meter lang, een gouden driekoningenschrijn in de vorm van een basiliek van 220 cm lang, 110 cm breed en 153 cm hoog met een goud gewicht van 300 kilo. Verder ook nog een zeer fraai houten kruisbeeld en tal van andere kunstschatten voor de liefhebber. Meest merkwaardig vind ik dat deze kolos min of meer onbeschadigd is gebleven in het oorlogsgeweld dat het centrum rondom de kerk vrijwel plat bombardeerde. Een groot raam dat het niet overleefde is vervangen door een geweldig mooi kunstwerk van 100 m2 dat bestaat uit duizenden kleine gekleurde vierkanten. Dat alleen al rechtvaardigt een kerkbezoek.

Wie Keulen doet, ontkomt gewoon niet aan bezoekjes aan enkele Brauhäuser, de brouwerijcafés waar nog steeds het bovengistende Kölsch bier wordt getapt in Kölschstangen, prachtige slanke glazen die met zwier op tafel worden gezet door een Köbe (kelner met traditioneel blauw schort). Daarbij hoort men een "Halve Hahn" te eten, eigenlijk alleen een broodje kaas met uienringen en mosterd.
Veel lekkerder vind ik de Kölscher Kaviar, bloedworst met uien, of de Himmel un Äd (aarde), een gerecht van appelmoes, puree en gebakken bloedworst. Maar ultiem genieten kan ik van een Hämche of Schweinehaxe, varkenspoot(je) mét bier. Kannibaal? Ik? Welnee. Smulpaap dan ? Dat wel!
Trouwens goed om te weten dat de stad 3300 restaurants en cafés telt, waaronder enkele fameuze en schitterend ingerichte Konditoreien, waar je je vingers aflikt aan niet alleen de pracht en praal waarmee ze zijn ingericht, maar vooral ook aan het onnoemelijk aantal geweldige, water in de mond doen stromende taarten en ander smulwerk dat je bij de koffie kunt bestellen. Mensch, richtig Kölnisch so!

Ondertussen heb ik nog geen kilometer gewandeld, daarom nu met volle maag op stap. Ik vertrek vanaf het bordes bij de Dom, passeer op mijn eerste schreden al een tiental bedelaars die allemaal zeggen dat ze honger hebben en dat ik hun leven kan redden. De eerste boft. Ik zie een hoop lappen over een geknielde bult liggen en een hand, meer een soort klauw, die een kartonnen bekertje vasthoudt. Is het een man? Een vrouw? 'T is niet te zien. ik laat een muntstuk in de beker vallen en loop door langs het Römisch Germanisches Museum naar het Ludwig. Een indrukwekkend complex vol moderne kunststukken dat mij doet twijfelen of ik hier binnen zal gaan, of toch ga lopen? Het wordt het laatste. Voor mij rijst het fraaie gebouw van de Keulse Philharmonie op. Je loopt op dit plein van de Middeleeuwen in een paar stappen naar de nieuwste tijd. Als je daar even bij stil staat een duizelingwekkende binnenkomer.

Maar goed dat verderop de Rheingarten begint. Een prachtig wandelpad langs de rivier, waar het bijna als vanzelfsprekend vol staat met leuke cafeetjes, bars en terrasjes om bij en op te verpozen. Ik moet me beheersen en lopen, zeg ik tegen mezelf. Maar dat valt niet mee hier. De Altstadt daagt je uit om te zitten en verder niets meer te ondernemen dan mensjes kijken met een heerlijk biertje onder handbereik. Ik zou hier meteen een "Dicke Holländer" worden.
Al slenterend verken ik het historisch centrum met zijn steegjes waar het vroeger wemelde van de ambachtswinkeltjes en handelaren, maar waar zich nu alleen nog uitgaansplekken bevinden. Niettemin, het barst er van de sfeer.
De Alter Markt met een mooie fontein biedt uitzicht op de oude klokkentoren van het oude Rathaus. Dan ontwaar ik de romaanse basiliek St. Martin met zijn eigenwijze bouwstijl.
Wat volgt is de Fischmarkt met zijn fontein (weer), diverse wijnlokalen en Brauhäuser en oude Stapelhäuser (pakhuizen). Allemaal even fraai, maar niet zo mooi als de "Brauereiausschank P:affgen die ik vind aan het eind van de Salzgasse. Dit is werkelijk een verbazingwekkend fraai gebouw. Ik loop er wel drie keer omheen om zowel de gevel, als de raampartijen als de toegangen te bewonderen en natuurlijk om er foto's van te nemen.

Na een beetje kruip door, sluip door te zijn gegaan kom ik op de Heumarkt een drukbezocht marktplein met twee grote standbeelden. De belangrijkste voor Keulen is die van de volkszanger Willi Ostermann. Ostermann en Gürzenig, een uit 1447 daterende feestzaal, dat moet een gezellige combinatie zijn geweest. Een beetje zoals Hazes en de Jordaan lijkt me. Maar misschien waren die wel navolgers van het Duitse model.
Ik verlaat de Altstadt en kom via de Quatermarkt bij een nieuw te bouwen historisch museum, waar je door een oude originele Romeinse afvalwaterleiding kunt lopen die onder het Praetorium door naar het paleis van de stadhouder liep. Ik ontdek overblijfselen van een Joods badhuis (een Mikwe) en sta dan pal voor de deur van het Wallraf Museum, waar vooral schilderkunst van de 13e tot en met de 19e eeuw te bewonderen is. Niet heel erg mijn ding, ik houd meer van het nieuwste werk en dus wandel ik verder naar het Farina Haus, de hoofdvestiging van ooit de oudste parfumfabriek ter wereld. Ik loop vlug verder, die geur..! en ontmoet Keulens bekendste carnavalszanger Jupp Schmitz. Niet in levende lijve, maar zijn sculptuur op een lief klein pleintje.

Als ik vanaf hier omhoog kijk, zie ik de torens van de Dom verschijnen. Het alom aanwezige symbool van deze leuke stad.
Als dorpse mens zou ik diep moeten buigen voor deze macht. Maar de tijden zijn veranderd. Ik heb er nog wel respect voor, maar heel mijn hart gaat toch uit naar de gigantische toffee van kunststof in een volle oranjekleur van ruim 2 meter hoog die ik ontwaar in een krankjorumme galerie. Terwijl ik er bewonderend naar sta te staren, komt de galeriehouder naar mij toe en begint te vertellen over de Franse kunstenares die dit soort multi-moderne items vervaardigt. Ik zie het al in onze tuin staan op ons terras. Wat een
eyecatcher zou dat zijn! En wat kost die dan, vraagt de onnozelaar die ik dan ben? 68.000 euro.
Enigszins teleurgesteld verlaat ik de volgende dag de stad Keulen. Maar in gedachten staat die toffee bij ons in de tuin. Wilt u hem zien? Ogen dicht doen dan. Dan ziet u hem, net als ik. Mooi hè.

De ... dorpswandelaar.