Inlogformulier

Kalender

ma di wo do vr za zo
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31

Wie wandelt, moet ook (kunnen) uitrusten. Voor deze wandelaar geldt dat in wellicht grotere mate dan voor andere, meer getrainde en jongere, lopers. Ik maak dan ook graag gebruik van bankjes, verhogingen langs de looproute, dukdalven, en wat dies meer zij dat lijkt te zijn geplaatst voor de vermoeide voorbijganger. Maar mijn favoriete rustplek is absoluut het terras met uitzicht op de voorbijgaande meute. En echt waar, er bestaat geen land waar het aangenamer vertoeven is op een terrasje dan Italië. Mijn laatste stukje over Italië en mijn vakantie daar gaat over zo'n geweldig terrasje waar ik menig uurtje heb doorgebracht met kijken en koffieleuten, meer kijken en - nee, geen koffie, maar soms zo'n voortreffelijk Italiaans ijsje of een vino bianco, al wandel je daarna niet zo heel veel verder meer dan ... naar het volgende terras.

Lees meer...

Wanneer je als typische dorpswandelaar in een compleet andere setting, zoals die van een grote en drukke stad terechtkomt, ben je de eerste dagen je leven echt niet zeker. Je moet vlugger lopen, meer ontwijken, beter opletten, liever niet ineens stilstaan, soms wegspringen en in een enkel geval een huis binnendringen om niet overreden te worden. Maar als je dat hebt overleefd, kun je daarna weer aan genietend wandelen toekomen.

Lees meer...

Ik heb best veel gewandeld in mijn leven. Vroeger met mijn ouders en broers, een beetje als een Zondagse plicht na de Mis. Dan werden we door mijn moeder eerst terdege bekeken of we er wel netjes uitzagen (haartjes gekamd, schoenen gepoetst, plooi in de korte broek en zeker geen vlekken op de blouse) want je wist maar nooit waar je terecht kon komen, en dan gingen we op weg naar een bestemming die mijn vader ruim van te voren had uitgezocht. Hij ging voorop, de wandelstok werd zwierig gehanteerd, soms als groet naar een of andere bekende, maar meestal om het tempo aan te geven waarmee voorwaarts werd gegaan. Met mijn moeder aan zijn zijde werd de stad verlaten en kwamen we op de landweggetjes waar ons kinderen iets meer ruimte werd geschonken om te hollen of stil te staan. Het moment voor mijn moeder om ons opmerkzaam te maken op iets dat in de berm stond of groeide en ons dan te vragen of wij wel wisten wat daar groeide? Mijn kennis der natuur heb ik voornamelijk daaraan te danken.

Lees meer...

Wandelen kan heel boeiend zijn, verrassend ook, sportief natuurlijk, maar ook saai en soms intrigerend. Om met het laatste te beginnen, een paar dagen geleden wandelde ik door een stille boslaan, nee, niet door het bos, maar door een boomomzoomde fraaie weg. Het weer was prachtig en ik kuierde op het dooie gemakje van boom tot boom terwijl ik genoot van de vogels, de bloemen en de vaak prachtige boomstammen met hun vergroeiingen van takken, verzamelingen van korst- en andere mossen en kleurschakeringen in hun basten en schorsen. In de verte zag ik een vrouw naderen. Ze zag mij en verdween daarop schielijk. Even later overkwam mij hetzelfde. Een vrouw op de fiets. Ze zag mij, remde af en verdween naar links een ander pad in. Even nog dacht ik "Die wonen daar ergens, wat een bofferds" maar toen ik omkeek en nog een fietsend vrouwmens ontwaarde dat toen ze mij zag kijken eveneens verkoos een andere richting in te gaan dan de mijne, wist ik het zeker. Een man alleen, kuierend tussen bomen, betekent mogelijk gevaar en dus ontwijken.
Het gaf me een naar gevoel dat ik pas kwijt raakte toen ik weer op drukkere straten was aangekomen. Daar zag ik geen ontwijkend gedrag meer, maar juist een voorduwend en -dringend gedrag van (veel) vrouwmensen ten opzichte van manmensen. Opzij, opzij, opzij man, je hebt hier niets te zoeken. Wordt "bosjesman" of zoiets ...
Ik vraag me sindsdien dan ook af waar een man alleen nog kan komen? Op markten en in winkelstraten is hij een sta-in-de-weg, in de natuur een stopteken.

Lees meer...